
Witte wijn wordt gemaakt van het sap van druiven, zonder schillen of pitten. Daardoor blijft de kleur licht – van bijna transparant tot goudgeel. Zelfs blauwe druiven kunnen witte wijn opleveren, zolang het sap direct wordt afgescheiden van de schil.
De smaak loopt uiteen van kurkdroog tot intens zoet. Droge wijnen, zoals Muscadet, passen goed bij vis of salade. Halfdroge varianten combineren uitstekend met lichte gerechten, terwijl zoete wijnen een perfecte aanvulling vormen op paté, kaas of dessert.
Bij het serveren is temperatuur belangrijk: koel maar niet ijskoud. Hoe beter de wijn, hoe subtieler de aroma’s bij iets hogere serveertemperatuur tot hun recht komen. Witte wijn is meer dan een zomerdrank, het is een veelzijdige begeleider voor elke tafel, van eenvoudig tot gastronomisch.